Op hoop van zegen

By stephgoossens

Dinsdagavond 30 oktober 2007, openig van 71 ste Boekenbeurs en de allereerste maal dat ik er als auteur bij mag zijn . Misschien vind je wel dat ik overdrijf maar daar trek ik me nu eens niks van aan: ik geniet! Het zijn dromen die nu uitkomen  en dat beseffen, wel daar kan je meerdere mensenlevens blij mee maken zei mijn grootmoeder zaliger altijd.

’s Ochtends  was ik al voorbij het Bouwcentrum gefietst, een mans was toen druk doende een rode loper vast te nagelen van onder de luifel van ingang twee regelrecht tot tegen het trottoir. Boeken zijn “showbisnis” geworden en ik ben eerlijk genoeg om t ebeseffen dat indien ze het niet zouden zijn , ik hier nu waarschijnlijk vanavond niet als auteur zou binnengelopen zijn. Het zou ook vast gebeurd zijn maar wellicht later in mijn leven bedenk ik zo. En ondertussen fiets ik verder naar mijn kapper . Ik heb geen haar op mijn hoofd maar een goed gedacht doet veel nietwaar; dus zit ik even later te genieten  van een tondeuse die wat “kuikendons” van mijn knikker scheert om vervolgens weer buiten op de fiets met m’n muts over mijn oren de koude lucht op m’n schedel aan te kunnen. Er broeit een verkoudheid , ik voel het én ik ben hypochonder dus o wee welk ziektebeeld  zit hier weer achter ?! De stad is mooi op de fiets en  je raakt aan eender welk verkeerslicht waar je staat te wachten zo aan de praat met een Antwerpenaar.Ze hebben me  hier in hun hart gesloten ik voel dat. Mijn eerste  professionele stappen op een toneelplatteau zette ik hier in Antwerpen, mijn allereerste boekje ligt hier in Antwerpen vanaf vanavond klaar voor al wie het lezen wil. Na acht jaar inwonen mag ik deze stad stillekesaan ook mijn stad gaan noemen. Daarnet – al wachtend met m’n fiets aan het verkeerslicht- komt  een dame naast me staan: ze complimenteert me met mijn mooie fiets ( een grijze met in ieder wiel twee knalrode spaken) en tegelijkertijd wil ze wel weten waar ik naartoe fiets en waar ik eigenlijk woon. Ze zijn niet altijd zo vrijpostig. Vorige week in de winkel hield een jongeman me tegen en zei me dat hij mijn gedicht “Afscheid” had gekozen als rede tijdens de begrafenis van z’n moeder. Hij had alvast een brief naar de openbare omroep geschreven om me dat te laten weten , maar toen hij me daar in die winkel ineens zag wou hij dit toch even zeggen. Ik bedankte hem want als mijn woorden goed genoeg zijn om afscheid te nemen van diegene waarmee je voor altijd aan het leven gebonden bent dan heb zelfs ik die anders zo graag babbel niet veel meer  te zeggen . Buiten dan het innerlijke besef van de magische kracht van woorden en hoe die woorden een eigen leven gaan leiden in het leven  van andere mensen.

’s Avonds is het feest! Iedereen die een boekje heeft geschreven is hier. Een journalist van een weekblad zegt me dat ze in het kader van een “boekenketting” me graag willen voorstellen aan mijnheer Leo Tindemans. Hij wil zijn boek aan mij schenken. Ik ben geen politicus en deze man is dat wel is het enige dat ik denk als ik voor hem sta. Dat én het feit dat ik hem mij vooral herinner als een minister die regelmatig op “het nieuws” verscheen waar ik met m’n grootvader naar keek om dan vervolgens op “den holland” naar een show van Mies Bouwman te kijken of Adèle Bloemendaal te horen schateren in het tv-programma “het schaap met vijf poten”.

Tindemans, voor mij een herinnering aan m’n kindertijd ineens life voor mij. Een bevreemdende ervaring die wederzijds is.

“In het teken van de verstandhouding en op hoop van zegen” met deze woorden signeert hij het boek dat ik even later uit zijn handen aangeboden krijg. We poseren en hij doet dat  zoals hij dat in zijn rijke politieke loopbaan vast veel heeft moeten doen denk ik bij mezelf.

“Ga je dit nu ook lézen” vraagt hij mij.

“ik ga het zeker proberen” zeg ik.

Later op de avond schenk ik in het kader van diezelfde boekenketen mijn gedichtenbundel aan Tante Kaat. We kennen elkaar uit een ver theaterverleden. Tante Kaat heeft vuurrode lippen en dito sacoche waar ze op een-twee-drie een fototoestel uittovert. Ze wil dit moment ook voor haar privé-archief vastleggen. Tante Kaat is euforisch: haar uitgever heeft d’er vlekken-en -spatten-huishoudtips door elkaar zitten husselen en zo komt er weer een nieuw boekje op de markt. “Straks verschijn ik ook nog levensgroot op alle autobussen in de stad’ kirt ze. “Kun je je dat voorstellen, Steph ?” Ik beaam met een knikje terwijl ik in mijn hoofd balanceer op een touwtje tussen Tindemans en Tante Kaat.

Rond 23.30 uur hou ik het voor bekeken Aan uitgang twee zonder rode loper vraagt een securityman me waar ik met dat boek van Mijnheer Tindemans naartoe loop. “Heb ik daarstraks van hem zelf gekregen” zeg ik geheel naar waarheid.

” mijnheer,u hebt geen officieel stickertje op uw boek staan en u hebt tevens geen erkende zak ” zegt hij. Ik weet wel dat hij bedoelt dat ik geen officiële Boekenbeurs-draagtas bij me heb ,maar op een hoogmis van het geschreven woord is een mens toch nog net wat gevoeliger voor woorden waar je ook mooie zinnen kunt mee vormen. Bon, Mieke Deprez van  Uitgeverij Lannoo snelt me ter hulp met stickertje en draagtas. Ik ga als een zak naar buiten. Beetje te warm daarbinnen ,beetje teveel wijn ook wel .De fietstocht door de stad naar huis doet deugd.

Even later lig ik met Tindemans in bed. Zou Tante Kaat mijn boekje nu ook in haar armen houden vraag ik me af. Ze zal wel moeten want de boodschap die ik in mijn boekje aan haar geschreven heb, dult geen tegenspraak: “deze poëtische vlekken gaan er nooit meer uit “

Steph. 

Reageer